Begrippen BRL 9101
Vaktaal in gewone woorden. Elk begrip krijgt een korte uitleg, een praktijkvoorbeeld en een bron. Zo leer je de juiste term zonder dat de rest onnodig moeilijk wordt.
A
Arbo-richtlijn (A-blad) met afspraken over veilig werken langs de weg.
Het risico dat een wegwerker wordt aangereden door verkeer dat langs of in het werkvak komt.
Het risico dat een wegwerker of object door langsrijdend verkeer wordt aangereden. Dit is het grootste gevaar bij werk aan de weg.
Een aanwijzing van een bevoegd persoon, zoals een verkeersregelaar of politie; die gaat boven borden en regels.
De periode waarin je van de wegbeheerder mag werken, bijvoorbeeld alleen ’s nachts of buiten de spits.
Een voertuig met pijlwagen of signalering dat aan het begin van het werkvak staat en het verkeer om de werkruimte leidt.
Een aanbevolen alternatieve route die je het verkeer met borden aangeeft, zonder dat de oorspronkelijke weg verboden is.
Een verkeersbord zodanig verdraaien dat het voor de weggebruiker niet meer leesbaar en herkenbaar is.
Fysieke bescherming die het werkvak scheidt van het verkeer.
Het geheel van materialen waarmee je een werkplek van het verkeer scheidt, zoals kegels, bakens of barriers.
Elk materiaal dat je gebruikt om af te zetten: verkeerskegel, geleidebaken, hek of barrier.
Boos of dreigend gedrag van weggebruikers; blijf rustig, ga niet in discussie en meld het.
Andere route waarover verkeer tijdens de werkzaamheden wordt geleid.
Rood-wit gestreepte markeringsplaten op een voertuig of hek die aangeven dat je moet uitwijken.
De omstandigheden waaronder je werkt: veiligheid, gezondheid en welzijn op de werkplek.
De Arbeidsomstandighedenwet: de wet die eisen stelt aan veilig en gezond werken, ook langs de weg.
Artikel 5 van de Wegenverkeerswet: je mag geen gevaar of hinder op de weg veroorzaken.
Weg met gescheiden rijbanen en hoge snelheden, aangegeven met het bord autosnelweg.
Algemene wet bestuursrecht: de wet met algemene regels over bestuursrecht, zoals bezwaar en beroep tegen besluiten van de overheid.
B
Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer.
Gewicht op of in afzetmateriaal, zodat borden en bakens niet omwaaien of wegschuiven.
Een gesloten, voertuigkerende afscheiding tussen verkeer en werkruimte, bijvoorbeeld van beton of staal.
Zwaar afzetmiddel dat verkeer fysiek tegenhoudt of geleidt.
Markering op een voertuigkerende barrier die de begrenzing van de afzetting zichtbaar maakt voor de weggebruiker.
Het geheel aan verkeersborden bij een tijdelijke verkeerssituatie.
Omschreven kwaliteitsbeeld waarmee de staat van onderhoud van afzetmateriaal wordt beoordeeld.
De overheidsinstantie die wettelijk bevoegd is om besluiten te nemen, bijvoorbeeld over verkeersmaatregelen of ontheffingen.
Borden die weggebruikers de juiste richting of route wijzen.
Het (tijdelijk) verdraaien of afdekken van een verkeersbord zodat het tijdens werkzaamheden niet geldt of niet zichtbaar is.
Een kreukelconstructie achter een voertuig die de energie van een aanrijding opneemt.
Risico dat voertuigen elkaar, mensen of materieel raken.
De beoordelingsrichtlijn voor tijdelijke verkeersmaatregelen bij werk in uitvoering op en langs de openbare weg.
C
D
E
De maatregel is zo ingericht dat weggebruikers hem maar op één manier kunnen uitleggen.
De plek waar de weg weer normaal wordt.
Het gevaar van elektriciteit op de werkplek, bijvoorbeeld door kabels, masten of bovenleidingen.
F
De instructie van de fabrikant over hoe je materiaal moet plaatsen, gebruiken en onderhouden.
De snelheid die het verkeer echt rijdt.
Weggebruikers op de fiets; bij een afzetting hebben zij een eigen veilige doorgang of omleiding nodig.
Tijdelijke route voor fietsers langs de werkzaamheden.
Indeling van wegen naar hun functie in het wegennet: stromen, ontsluiten of toegang geven.
De belasting van je lichaam door tillen, dragen, bukken en herhalend werk.
G
H
Persoonlijk beschermingsmiddel voor de handen.
Werk waarbij lasten met een kraan of hijsmiddel worden verplaatst; hierbij geldt extra ruimte en afzetting.
De overlast die het verkeer en de omgeving ondervinden van de werkzaamheden, zoals vertraging of geluid.
I
K
Kleine afzetmiddelen (pylonen) waarmee verkeer wordt geleid.
Plek waar wegen samenkomen en verkeersstromen elkaar kruisen.
Het borgen van kwaliteit via controle, documentatie en het werken volgens afspraken, zodat afwijkingen worden voorkomen of hersteld.
L
De scheiding in de lengte tussen werk en verkeer.
De fysieke belasting van het lichaam bij tillen, sjouwen en werken.
De hoeveelheid en kwaliteit van licht op de werkplek, die bepaalt hoe goed verkeersmaatregelen en werknemers zichtbaar zijn.
Laatste Minuut Risico Analyse: een korte check vlak voor je begint.
Veilige route waarover medewerkers zich te voet verplaatsen.
M
Een tekening uit de richtlijn die laat zien welke borden en afzetmaterialen je waar plaatst bij een standaardsituatie.
Strepen en tekens op het wegdek.
De hoogst toegestane snelheid op een weg, aangegeven met borden of wettelijk vastgelegd.
Certificeringsniveau voor uitvoerend werk aan tijdelijke verkeersmaatregelen.
Verplaatsbaar bord met wisselende tekst voor weggebruikers.
Tijdelijke, verplaatsbare signalering zoals matrixborden of signaleringswagens die verkeer waarschuwt voor werkzaamheden.
Mobiele Rijstrook Signaalgever: een verplaatsbaar signaleringsvoertuig dat rijstrooksignalen boven de weg toont.
N
Werken in de nacht; er is minder verkeer, maar het zicht is slechter en de kans op vermoeidheid groter.
De snelheid waarmee verkeer het werkvak nadert.
Een natte weg; de remweg wordt langer en de kans op slippen groter.
De norm met eisen aan verkeersborden en afzetmateriaal voor werk in uitvoering.
Alle wegen die geen autosnelweg zijn.
Het punt waar de werkruimte begint.
O
De neiging van weggebruikers om afstand te houden van een object langs de weg; hiervoor reken je 25 tot 50 cm extra.
Ruimte die vrij is van objecten waar verkeer tegenaan kan rijden.
Een verplichte alternatieve route langs het werk, met borden aangegeven van begin tot eind.
Bord dat de tijdelijke route aangeeft.
Officiële toestemming om iets te doen wat normaal niet mag, bijvoorbeeld rijden op een afgesloten weg.
Veiligheidsbril of gelaatsscherm tegen stof, splinters en spatten.
P
Persoonlijke beschermingsmiddelen die je zelf draagt.
Middelen die de werkende zelf beschermen, zoals helm en hesje.
De positie van maatregelen en mensen op de rijbaan.
De vaste volgorde waarin afzetmiddelen worden neergezet.
De beschikbare breedte van de rijstrook of doorgang.
De map met projectdocumenten op de werkplek: plan, tekeningen, vergunningen en veiligheidsinstructies.
R
De afstand die je aflegt voordat je reageert.
De tijd tussen het zien van een gevaar en het gaan remmen; ongeveer 1 seconde.
De afstand die je aflegt tijdens het remmen.
Het verplaatsen van afzetmateriaal of voertuigen naar een nieuwe plek terwijl het werk doorgaat.
Risico-Inventarisatie en Evaluatie: het overzicht van risicos in het werk.
Het deel van de weg dat bestemd is voor rijdend verkeer.
Vooraf beoordelen welke gevaren er zijn en welke maatregelen nodig zijn.
Het geheel van maatregelen waarmee je risico’s eerst wegneemt en daarna beperkt.
Het ononderbroken en logisch herkenbaar houden van een route, zodat weggebruikers onderweg niet hoeven te zoeken.
De keuze welke route verkeer volgt, bijvoorbeeld bij een omleiding tijdens werkzaamheden.
Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens: de verkeersregels.
S
Het tonen van signalen boven of langs de weg, zoals pijlen, kruisen of snelheden.
Certificeringsniveau voor het ontwerpen en beoordelen van tijdelijke verkeersmaatregelen.
Kruising van weg en spoor; hier mag je nooit verkeer laten stilstaan of opstellen.
De mate waarin afzetmateriaal blijft staan bij wind en langsrijdend verkeer.
Een in de richtlijn vastgelegde, kant-en-klare verkeersmaatregel voor een veelvoorkomende situatie.
De afstand die nodig is om helemaal stil te staan.
T
Bord dat alleen geldt tijdens de werkzaamheden.
Een lagere maximumsnelheid tijdens het werk.
Tijdelijke Rijstrooksignalering: tijdelijke signaalgevers die per rijstrook een snelheid of rood kruis tonen.
V
Veiligheids- en Gezondheidsplan voor een project.
Certificeringsniveau voor zelfstandig plaatsen en controleren van tijdelijke verkeersmaatregelen.
Werkomstandigheden die voldoen aan de Arbowet.
De afstand die je aanhoudt tot verkeer of materieel om veilig te kunnen werken.
Controle of de maatregel nog veilig, compleet en zichtbaar is.
Handschoenen die je handen beschermen tegen snijden, knellen en vuil.
Helm die je hoofd beschermt tegen vallende voorwerpen en stoten.
Signaalkleding met fluorescerend materiaal en reflectie, zodat je goed zichtbaar bent.
De uitleg vooraf over de risico’s en afspraken op deze werkplek.
Maatregelen die werkenden en weggebruikers beschermen.
Extra ruimte of tijd die je aanhoudt om onverwachte situaties op te vangen.
Buffer binnen het werkvak rond de werkruimte.
Schoenen met stalen neus en stevige zool tegen beknelling en scherpe voorwerpen.
Toestemming van de wegbeheerder of gemeente voor de werkzaamheden.
Het aantal voertuigen dat per tijdseenheid over de weg komt.
Een mondelinge of gebarenmatige instructie van een bevoegde verkeersregelaar of politieagent aan weggebruikers.
Hoe goed het verkeer langs of door het werkvak doorstroomt.
Het actief begeleiden van verkeer langs de werkzaamheden.
De hoeveelheid verkeer die daadwerkelijk van een weg gebruikmaakt, meestal in voertuigen per tijdseenheid.
Een officieel besluit van de wegbeheerder dat een verkeersmaatregel juridisch vastlegt.
Bord uit het RVV waarmee je een gebod, verbod, waarschuwing of aanwijzing geeft aan het verkeer.
De manier waarop weggebruikers zich in het verkeer gedragen, bijvoorbeeld bij snelheid, afstand houden en het volgen van tijdelijke geleiding.
Het met tijdelijke maatregelen in de gewenste richting leiden van verkeer, bijvoorbeeld met geleidebakens of afzettingen.
Vertraging of ongemak voor weggebruikers door werkzaamheden.
Informatie aan weggebruikers over de verkeerssituatie, bijvoorbeeld via borden, matrixborden of media.
Een kegel die de grens van het werk aangeeft.
Installatie die verkeersstromen met licht regelt.
De kant van de werkruimte waar het minste verkeer langskomt; hier stap je in en uit en loop je.
Het geheel van borden, afzettingen en snelheden waarmee je het verkeer veilig langs of om het werk leidt.
Het sturen van verkeersstromen rond het werk om hinder en onveiligheid te beperken.
Borden, bakens en andere middelen voor tijdelijke maatregelen.
Het document met tekeningen en afspraken over de verkeersmaatregelen van een project.
De ruimte in het dwarsprofiel die voor het verkeer overblijft, inclusief de vrije doorrijhoogte en breedte.
Iemand die het verkeer ter plaatse regelt.
De regels uit het RVV die gelden voor alle weggebruikers, ook binnen een werkvak.
De rijrichting van het verkeer; bepalend voor de opbouwrichting van een afzetting.
De ruimte die beschikbaar blijft voor het verkeer.
Uit welke soorten weggebruikers het verkeer bestaat: auto’s, vrachtwagens, fietsers, voetgangers.
De feitelijke situatie op de weg op dat moment.
De snelheid waarmee het verkeer feitelijk rijdt.
De mate waarin weggebruikers veilig kunnen passeren.
De hoeveelheid verkeer die een weg wil gebruiken, meestal uitgedrukt in voertuigen per tijdseenheid.
Grond met schadelijke stoffen waarvoor extra maatregelen gelden.
Grond met schadelijke stoffen; hiervoor gelden extra beschermings- en werkvoorschriften.
De vaste volgorde waarin afzetmiddelen worden weggehaald.
Actiewagen met extra gewicht en botsabsorber, zodat hij bij een aanrijding minder ver doorschuift.
Het met bakens, kegels of markering duidelijk maken waar de weggebruiker moet rijden.
Het proces waarbij een weggebruiker uit alle beelden alleen de belangrijkste informatie oppikt.
Zelf kijken en beoordelen wat er op de weg gebeurt.
Elektronische borden met wisselende teksten of tekens.
Een zware afscherming die een voertuig tegenhoudt.
Zware afscherming die een voertuig kan tegenhouden.
De ruimte achter een afzetvoertuig waar je veilig bent omdat het voertuig een aanrijding opvangt.
Weggebruikers te voet; zij hebben een veilige, obstakelvrije en voldoende brede doorgang nodig.
Tijdelijke route voor voetgangers langs de werkzaamheden.
Regel die bepaalt wie als eerste mag gaan.
Verkeersregelinstallatie: verkeerslichten die verkeersstromen regelen.
Minimaal 60 cm tussen langsafzetting en werkruimte, zodat verkeer en wegwerkers elkaar niet raken.
Een wettelijke uitzondering waarmee een voertuig of bestuurder in een specifieke situatie van een verkeersregel mag afwijken.
W
Het zien en begrijpen van de situatie op de weg; hoe drukker het beeld, hoe minder een weggebruiker opmerkt.
Bord dat het verkeer vooraf waarschuwt voor werk in uitvoering of een gevaar.
Verplaatsbaar hek met rood-witte markering en lampen dat het begin van een afzetting aangeeft.
De vaste volgorde van waarschuwingsborden en signalering waarmee verkeer stap voor stap op werkzaamheden wordt voorbereid.
Tekens en borden die weggebruikers waarschuwen voor de situatie.
De file die voor een werkvak ontstaat; het einde van de rij is een extra gevaar.
Regen, wind, mist, vorst of hitte; ze beïnvloeden zicht, grip en de stabiliteit van je afzetting.
Het afzetten van een rijstrook, rijbaan of pad met borden en materialen, zodat het verkeer er niet meer komt.
De organisatie die verantwoordelijk is voor de weg en die toestemming geeft voor verkeersmaatregelen.
De wet met de basisregels voor het verkeer.
De rol die een weg heeft in het wegennet, bijvoorbeeld stroomweg, gebiedsontsluitingsweg of erftoegangsweg.
Hoe weggebruikers zich in werkelijkheid gedragen: te hard rijden, laat invoegen, afgeleid zijn.
De soort weg, zoals erftoegangsweg, gebiedsontsluitingsweg, stroomweg of autosnelweg; bepaalt de maatregel.
De verplichting van de werkgever om te zorgen voor een veilige en gezonde werkplek, zoals bedoeld in de Arbowet.
Een concrete aanwijzing of werkwijze voor het uitvoeren van een taak, bedoeld om veilig en uniform te werken.
De ruimte waarin daadwerkelijk gewerkt wordt.
Het deel van de weg dat is afgesloten voor het verkeer.
De kracht van de wind op borden en afzetmiddelen.
Een rijstrook die van rijrichting kan wisselen.
Wegenverkeerswet 1994: de Nederlandse wet met de basisregels voor het wegverkeer en de bevoegdheden van wegbeheerders.
Z
De afstand waarover weggebruikers de situatie kunnen zien.
De mate waarin jij en je afzetting door het verkeer tijdig gezien worden; signaalkleding en reflectie zijn hierbij nodig.
Vaste werkwijze om via de kenmerken van weg en werk bij het juiste maatregelfiguur te komen.
BRL-9101.nl is een onafhankelijk oefenplatform en niet verbonden aan InfraKwaliteit, KOMO, Kiwa of Normec. De uitleg is in eigen woorden geschreven op basis van openbare informatie.